DICA 2.0: videoanalyse als nieuwe dimensie in chirurgische kwaliteitsverbetering
22 juni 2026

DICA 2.0: videoanalyse als nieuwe dimensie in chirurgische kwaliteitsverbetering

Met het programma DICA 2.0 werkt DICA aan de doorontwikkeling van kwaliteitsregistraties. Met het videoproject wordt een stap gezet naar leren en verbeteren in de praktijk.

Het videoproject, als pilot binnen de kwaliteitsregistratie DICA Darmkanker (DCRA), maakt chirurgisch handelen zichtbaar en bespreekbaar via videoanalyse en feedback. Via het ontwikkelde platform krijgen chirurgen inzicht in de uitvoering van chirurgische procedures en ontvangen zij gerichte feedback op hun chirurgisch-technisch handelen op de operatiekamer. Het platform vormt daarmee een waardevolle aanvulling op de bestaande kwaliteitsregistratie.

Van uitkomst naar handelen

Het videoproject richt zich op patiënten die een minimaal invasieve (met robot of laparoscopisch) operatie van hun rectumcarcinoom (endeldarmkanker) ondergaan. Deze ingreep is complex; juist daardoor leent zij zich voor gedetailleerde analyse van chirurgische variatie en kwaliteit.

Chirurgen kunnen deze operaties vrijwillig opnemen en via een beveiligd platform delen. Deze video’s worden vervolgens beoordeeld door collega’s met behulp van de procedure specifieke Competency Assessment Tool (CAT). De scores worden gekoppeld aan klinische uitkomsten, met als doel inzicht te krijgen in de relatie tussen chirurgische techniek en patiëntuitkomsten.

Het platform is ontwikkeld in samenwerking met het Amsterdam Skills Center.

Drie perspectieven op het videoproject

Voor initiatiefnemer en chirurg Frans van Workum (Canisius Wilhelmina Ziekenhuis) ligt de kern in een paradox binnen de chirurgie: een vakgebied waarin prestaties bepalend zijn voor uitkomsten, maar waarin die prestaties zelden structureel worden gemeten. “Hoe goed een operatie wordt uitgevoerd is bepalend voor de uitkomst,” stelt hij. “Toch krijgen we daar geen directe feedback op en zijn de kaders van wat goede chirurgie is vaak impliciet.” Het videoproject moet dat veranderen. Niet als controlemiddel, maar als leerinstrument.

Van Workum ziet twee lagen van waarde. Enerzijds het verbeteren van operaties zelf door beter inzicht in welke technieken leiden tot optimale uitkomsten. Anderzijds het verbeteren van individuele performance via gestructureerde feedback en peer learning. “Er is in Nederland enorm veel chirurgische kennis geconcentreerd. Als je die systematisch met elkaar deelt en analyseert, kan dat leiden tot nieuwe inzichten die je binnen je eigen ziekenhuis nooit zou opdoen.”

Ook chirurg Jurriaan Tuynman (UMC Amsterdam) benadrukt dat de kern van het project ligt in het objectiveren van wat tot nu toe grotendeels impliciet bleef. “Chirurgie wordt nu nog variabel uitgevoerd,” zegt hij. “Door verschillen in opleiding, volume, apparatuur en patiëntfactoren. Maar steeds duidelijker wordt dat de kwaliteit van uitvoering zelf een doorslaggevende factor is in uitkomsten.”

Het videoproject maakt het mogelijk om chirurgische stappen te analyseren en te koppelen aan klinische data. Daarmee ontstaat niet alleen inzicht in wat beter werkt, maar ook in hoe chirurgie mogelijk kan worden gestandaardiseerd. Tuynman ziet vooral een structurele impact: verbetering van opleiding, uniformering van technieken en uiteindelijk gelijke kwaliteit van zorg voor iedere patiënt met rectumcarcinoom, ongeacht ziekenhuis of regio.

Voor Ernst Steller, chirurg Isala ziekenhuis en deelnemer aan het videoproject, ligt de meerwaarde dichter bij de dagelijkse praktijk. Hij benadrukt vooral de combinatie van reflectie en collegiale uitwisseling. “Het geeft inzicht in je eigen handelen, technisch en medisch,” zegt hij. “En het is waardevol om met vakgenoten te bespreken wat je ziet. Vaak lopen we tegen dezelfde dingen aan, maar in de uitwisseling zitten juist de verbeteringen.”

Het project maakt volgens hem zichtbaar dat variatie in chirurgische aanpak niet alleen een theoretisch gegeven is, maar directe gevolgen kan hebben voor uniformiteit en behandelresultaten. “Het helpt om de rectumchirurgie in Nederland wat meer gelijk te trekken. Dat maakt ook dat interventies beter te evalueren zijn.”

Spanningsveld en potentie

Hoewel de inhoudelijke waarde breed wordt onderschreven, brengt het project ook spanning met zich mee. Het zichtbaar maken van operatief handelen raakt aan een praktijk die traditioneel sterk leunt op ervaring en professionele autonomie. Tegelijkertijd lijkt juist die spanning productief. Deelnemende chirurgen ervaren het project als veilig en respectvol, waarbij de nadruk ligt op leren in plaats van beoordelen. Van Workum: “Het is spannend, omdat er voor het eerst echt wordt ingezoomd op wat er op de operatiekamer gebeurt. Maar er is ook veel respect en nieuwsgierigheid.”

Naar een nieuwe standaard in chirurgische zorg

De ambitie van DICA 2.0 reikt verder dan de pilotfase. Het doel is om videoanalyse en feedback uiteindelijk structureel onderdeel te maken van de DCRA en mogelijk uit te breiden naar andere chirurgische procedures en kwaliteitsregistraties. Wat dit project vooral blootlegt, is een verschuiving in hoe chirurgische kwaliteit wordt benaderd: van een uitkomstregistratie naar directe observatie van handelen. De komende jaren moet blijken in hoeverre deze aanpak zich vertaalt naar wat uiteindelijk telt: aantoonbaar betere uitkomsten voor patiënten met darmkanker, met minder complicaties en minder ongewenste praktijkvariatie.

Zie ook