Skip to main content
Jaarrapportage 2018

DASA

De Dutch Acute Stroke Audit: kwaliteitsregistratie van acute beroertezorg

Stroke is de belangrijkste oorzaak van invaliditeit en tevens de op één na grootste doodsoorzaak in Nederland. Sinds 2014 worden patiënten met een stroke, dat wil zeggen patiënten met een herseninfarct en/of hersenbloeding, op nationaal niveau geregistreerd in de Dutch Acute Stroke Audit (DASA). Gezien de recente ontwikkelingen in behandelingsmogelijkheden ligt de focus van de registratie met name op de behandeling van het acute herseninfarct.1

Resultaten 2018
In 2018 werden in de DASA 32.575 patiënten, waarvan 29.082 (89%) patiënten met een herseninfarct en 3.493 patiënten met een hersenbloeding (11%) geregistreerd. Voor beide aandoeningen was de gemiddelde leeftijd van de patiënten 73 jaar. Relatief meer mannen hadden een herseninfarct dan een hersenbloeding (54% versus 51%). De ernst van de stroke, aangeduid met de NIHSS-score, was groter bij de patiënten met een hersenbloeding (mediaan 7) dan bij patiënten met een herseninfarct (mediaan 3).

Intraveneuze trombolyse
Van de patiënten met een herseninfarct kreeg 20% intraveneuze trombolyse, wat een vergelijkbaar percentage is met voorgaande jaren. Hoe eerder de behandeling na ontstaan van klachten wordt gestart, hoe hoger de kans op zelfstandig functioneren na het herseninfarct. Voor ziekenhuisvergelijking wordt hiervoor de deur-tot-naald tijd gebruikt. De mediane deur-tot-naald tijd was 24 minuten (met een interkwartielafstand van 18 – 34 minuten), een evenaring van vorig jaar [figuur 1].

Figuur 1: Density plot deur-tot-naald tijd per registratiejaar. De stippellijn is de mediaan per jaar.

Europese vergelijking van patiënten die met intraveneuze trombolyse worden behandeld

Door internationale vergelijking van acute beroertezorg kunnen verschillen en overeenkomsten geïdentificeerd worden tussen landen en zo kennis tot verbetering van zorg worden opgedaan.

Nederland koploper
The Dutch Acute Stroke Audit doet momenteel mee aan een Europese vergelijking van patiënten die met intraveneuze trombolyse worden behandeld. Hierbij doen Europese landen mee, die allen de mediane deur-tot-naald tijd als kwaliteitsindicator hebben. De andere landen (met bijbehorende registratie) die hieraan meedoen zijn: Engeland & Wales (SSNAP), Schotland (SSCA), Denemarken (DSR), Noorwegen (NSR) en Zweden (Riksstroke). Gedurende de onderzochte jaren 2014 en 2015 had Nederland had hierbij de kortste mediane deur-tot-naald tijd met een mediaan van 28 minuten. De andere landen hadden een mediaan van 33 tot 60 minuten [figuur 2]. Hieruit blijkt dat de organisatie van de strokezorg binnen de Nederlandse ziekenhuizen dus aanzienlijk beter is in vergelijking met de overige landen.

Kunnen we dan nog verbeteren op deur-tot-naald tijd?
Uit analyse van data met de DASA zijn factoren geassocieerd met een verlengde deur-tot-naald tijd geïdentificeerd. Dit zijn:

  • vrouwelijk geslacht (mogelijk door aspecifiekere klachten en/of symptomen),
  • opname tijdens dienst (’s avonds, ’s nachts of in het weekend) en
  • een korte begin-tot-deur tijd (dan is het tijdspanne waarin de behandeling gegeven kan worden nog lang).

Door bewust te zijn van deze patiënten die een hoger risico hebben op verlengde deur-tot-naald tijd zou deze verder verkort kunnen worden met een verbetering van de uitkomsten van de strokepatiënten in Nederland. 

Figuur 2: Boxplots van deur-tot-naald tijd in verschillende Europese landen.
SSNAP = Sentinal Stroke National Audit Programme; SSCA  = Scottish Stroke Care Audit; DSR = Danish Stroke Registry; NSR = Norwegian Stroke Registry.

Kortere tijd tot intra-arteriële behandeling

Van de patiënten met een herseninfarct kreeg 6,3% intra-arteriële trombectomie (IAT). Ook hier geldt dat hoe sneller de behandeling wordt gestart, hoe groter de kans op zelfstandig functioneren na het herseninfarct. De mediane deur-tot-lies tijd is het afgelopen jaar gedaald van 54 naar 52 minuten (met een interkwartielafstand van 27 - 76). Van de patiënten die intra-arteriële behandeling kregen, was 45% primair in een niet-IAT centrum gezien waarna voor IAT doorverwezen naar een IAT-centrum. Bij niet-verwezen patiënten was de mediane deur-tot-lies tijd 69 minuten. Bij verwezen patiënten, waarbij de diagnostiek al in het primaire centrum is verricht, was de mediane deur-tot-lies tijd 26 minuten [figuur3].  

Selectie van patiënten die in aanmerking komen voor IAT vergroot
Twee trials, de DAWN2 en de DEFUSE 33-studies, hebben aangetoond dat voor een selectie van patiënten, met klachten langer bestaand dan het gebruikelijke tijdswindow van 6 uur, IAT ook geïndiceerd is. Het gaat hierbij om patiënten die, aantoonbaar op een CT-perfusiescan, een relatief klein deel dood hersenweefsel hebben ten opzichte van het hersenweefsel dat nog te redden valt middels een reperfusietherapie zoals IAT. In de DASA is terug te zien dat deze uitbreiding van indicatie wordt uitgevoerd in Nederlandse ziekenhuizen. Van de 1.847 patiënten die zijn behandeld met IAT hebben 236 patiënten een onbekende tijd van ontstaan van klachten, waarvan 83 patiënten een wake-up stroke. Dat wil zeggen dat ze wakker worden met de klachten en het tijdstip van ontstaan daarom onbekend is.

Figuur 3: Density plot deur-tot-lies tijd per registratiejaar. De stippellijn is mediaan per jaar.

Basistabel DASA

Referenties

  1. Kuhrij LS, Wouters MWJM, van den Berg-Vos RM, de Leeuw FE, Nederkoorn PJ. The Dutch Acute Stroke Audit: Benchmarking acute stroke care in the Netherlands. ESJ. 2018:3(4);361-68.
  2. Nogueira RG, Jadhav AP, Haussen DC, Bonafe A, Budzik RF, Bhuva P et al. Thrombectomy 6 tot 24 hours after stroke with a mismatch between deficit and infarct. N Engl J Med. 2018;378:11-21.
  3. Albers GW, Marks MP, Kemp S, Christensen S, Tsai JP, Ortega-Gutierrez S et al. Trombectomy for stroke at 6 to 16 hours with selection by perfusion imaging. N Engl J Med. 2018;378:708-718.