Skip to main content
Jaarrapportage 2018

DACI

Trends in de behandeling van carotisstenose

In juni 2013 is de Dutch Audit for Carotid Interventions (DACI) opgericht, waarin patiënten worden geregistreerd die een carotisinterventie hebben ondergaan. In totaal zijn er inmiddels 11.937 patiënten geregistreerd in de DACI.

Groei van gebruik carotisstent
Zoals in figuur 1 te zien is, ondergingen in 2018 2.532 patiënten een carotisinterventie. Dit is een stijging van 5,4% ten opzichte van 2017. Om de kans op een nieuwe stenose te verkleinen, wordt bij een carotisendarteriëctomie (CEA) bij voorkeur een patch gebruikt om het bloedvat te sluiten. Afgelopen jaar werd bij 89% van de patiënten een patch gebruikt, terwijl dit in 2014 nog 86% betrof. Ook bij carotisinterventies winnen endovasculaire behandeltechnieken terrein: het aantal patiënten dat een carotisstent kreeg, is afgelopen jaren gestegen van 29 patiënten in 2014 tot 79 patiënten in 2018. Deze endovasculaire behandeling kan, volgens de richtlijn, overwogen worden bij patiënten met een ernstige comorbiditeit of bij patiënten jonger dan 70 jaar.

Neurologische uitval
In 2018 werd 97% van de patiënten geopereerd vanwege symptomen passend bij het loskomen van een stolsel uit een vernauwde arteria carotis. Het merendeel (77%) van de patiënten had klachten van tijdelijke of blijvende motorische uitval. Een kleiner deel (20%) had klachten van het zicht. Het merendeel van de patiënten (57%) werd geopereerd nadat er sprake was van kortdurende neurologische uitval (TIA), een kleiner deel had echter al blijvende neurologische uitval voorafgaand aan de operatie (41%).

Figuur 1: Carotisinterventies geregistreerd in DACI van 2013 t/m 2018

Postoperatieve uitkomsten na een carotisinterventie

Figuur 2 laat zien dat 67 (2,7%) van de patiënten die in 2018 een carotisinterventie ondergingen, postoperatief een neurologisch event ondervonden. Bij het merendeel (84%) van deze patiënten leidde dit event tot symptomen passend bij uitval in het stroomgebied van het bloedvat van de geopereerde zijde. Een kleiner deel (16%) van de patiënten ontwikkelde juist klachten passend bij uitval met een oorzaak in de andere hersenhelft. Het percentage postoperatieve neurologische events is aanzienlijk gedaald ten opzichte van het begin van de registratie: in 2013 betrof het percentage postoperatieve neurologische events nog 4,5%.

Minder schade hersenzenuwen
Niet alleen het percentage postoperatieve neurologische events is dalende, ook het percentage patiënten dat schade aan hersenzenuwen oploopt, daalt. Bij deze patiënten was postoperatief sprake van (tijdelijke) uitval van een hersenzenuw in het operatiegebied en betrof in 2018 1,7%. In 2013, het oprichtingsjaar van de DACI, betrof het percentage ‘defect hersenzenuwen’ nog 3,6%.

Mortaliteit stabiel
In 2018 overleden 24 patiënten (0,9%) na een carotisinterventie. Zoals figuur 2 weergeeft, is dit percentage afgelopen jaren stabiel gebleven. 43 procent van de overleden patiënten in 2018 onderging een carotisinterventie vanwege een TIA, 57 procent vanwege een CVA. Van de overleden patiënten ondervond 29% postoperatief eveneens een neurologisch event. Het percentage patiënten dat een re-interventie onderging betrof 0,9% in 2018. Ook dit percentage is redelijk stabiel gebleven ten opzichte van eerdere jaren.

Figuur 2: Complicaties na carotisinterventies van 2013 t/m 2018

Verbeteren van kwaliteit

Sinds de start van de DACI is het proces rondom carotisinterventies in Nederland geoptimaliseerd. Een van de factoren die de afgelopen jaren verbeterd is, is de wachttijd tot een operatie. In 2013 werd 67% van de patiënten binnen 2 weken geopereerd, inmiddels is dit percentage gestegen tot 82% in 2018. Komende jaren blijft het doel om de zorg rondom carotisinterventies verder te verbeteren.

Textbook outcome
Om uitkomsten na carotisinterventies tussen verschillende zorginstellingen te vergelijken, kan de uitkomstmaat textbook outcome gebruikt worden. Dit is een samengestelde maat waarbij een aantal gewenste en ongewenste uitkomsten worden meegenomen, waaronder re-interventie en overlijden. Indien het zorgproces van een patiënt leidt tot de gewenste uitkomsten en ongewenste uitkomsten uitblijven, spreken we van textbook outcome. Figuur 3 laat zien dat in Nederland het percentage textbook outcome bij carotisinterventies in 2018 op 73% lag. In 2016 en 2017 betrof dit 84% en 83%. Echter werden in deze jaren opnameduur en heropname nog niet meegenomen in de maat textbook outcome.

Op bezoek bij collega’s
Naast het percentage textbook outcome per jaar in Nederland, is het eveneens interessant om te kijken wat het verschil in percentage textbook outcome tussen verschillende zorginstellingen is. Naar aanleiding van deze gegevens kunnen in de toekomst projecten worden opgezet waarbij artsen uit goed presterende zorginstellingen hun kennis en ervaring kunnen delen door op bezoek te gaan bij zorginstellingen met minder gunstige resultaten. Door te leren van elkaar kan de kwaliteit van zorg rondom carotisinterventies in Nederland verder verbeterd worden.

Figuur 3: Textbook outcome voor carotisinterventies in 2018

Basistabel DACI