Skip to main content

Textbook outcome

‘Volgens het boekje’
Eén van de uitkomstmaten in de DUCA is de samengestelde uitkomstmaat ‘Textbook outcome’. Deze maat beschrijft een uitkomst waarbij zowel de operatie als de postoperatieve fase ‘volgens het boekje’ verlopen. De parameters waaraan dit ideale (post)operatieve beloop moet voldoen zijn te zien in figuur 1. Het percentage patiënten met een ‘textbook outcome’ wordt wekelijks aan de ziekenhuizen die deelnemen aan de DUCA teruggekoppeld. In deze terugkoppeling wordt zowel het percentage van het eigen ziekenhuis getoond alsook het gemiddelde percentage in de rest van Nederland. Met deze samengestelde uitkomstmaat is het voor ziekenhuizen inzichtelijk op welke parameters zij minder, dan wel beter presteren dan anderen. Zorgprofessionals kunnen hiermee concrete verbetertrajecten starten waardoor het percentage ‘textbook outcome’ verhoogd kan worden.

Ontwikkelingen
‘Textbook outcome’ voor de oncologische slokdarm- en maagchirurgie werd voor het eerst in 2013 in het DUCA jaarrapport beschreven. Het landelijke percentage ‘textbook outcome’ na in-opzet-curatieve slokdarm- en maagresecties is gestegen van 30% in 2012-2013 naar 44% in 2016-2017 [Figuur 1]. De score van individuele ziekenhuizen is ook toegenomen. Het mediane percentage van de verschillende ziekenhuizen steeg van 25% (interkwartielafstand: 14%-38%) in 2012-2013 naar 35% (29%-49%) in 2014-2015 en 40% (29%-49%) in 2016-2017. De toename van het percentage patiënten met een ‘textbook outcome’ is vooral toe te schrijven aan het toegenomen percentage patiënten waarbij tenminste 15 lymfeklieren zijn aangetoond in het resectiepreparaat.

Geschikt voor interne verbetertrajecten
‘Textbook outcome’ is een samengestelde uitkomstmaat die het (post)operatieve beloop van slokdarm- en maagresecties inzichtelijk maakt. Omdat de uitkomst door vele verschillende parameters beïnvloed wordt, is de maat geschikt voor interne verbetertrajecten.

Lymfeklier opbrengst

‘Tenminste 15 lymfeklieren aangetoond in het resectiepreparaat’
Sinds 2013 is het aantal lymfeklieren een indicator in de DUCA. Een adequate lymfeklierdissectie is belangrijk voor een optimale stadiëring van slokdarm- en maagkanker. Daarnaast zou een uitgebreide lymfeklierdissectie de kans op een locoregionaal recidief verkleinen. In de DICA jaarrapportage 2016 is beschreven dat het percentage patiënten met tenminste 15 aangetoonde lymfeklieren is gestegen over de jaren.1 In 2017 is dit percentage nog verder gestegen naar 86% (significant hoger dan 82% in 2016) bij slokdarmresecties. Bij maagresecties was het percentage in 2017 85% (t.o.v. 85% in 2016).

Verbetertrajecten in ziekenhuizen
In verschillende ziekenhuizen zijn verbetertrajecten gestart om het resultaat op deze indicator te verbeteren. Eén van de DUCA ziekenhuizen is benaderd voor uitleg omtrent dit verbetertraject. Dit omvatte meer aandacht voor een adequate lymfklierdissectie door het chirurgisch team. Daarnaast zijn de chirurgen in gesprek gegaan met de afdeling pathologie om de noodzaak van een nauwkeurige beoordeling van de lymfeklieren te benadrukken. Destijds is door dit verbetertraject het percentage patiënten waarbij tenminste 15 lymfeklieren is onderzocht in 1 jaar van 30% naar 91% gestegen [Figuur 2]. Inmiddels wordt in dit ziekenhuis de lymfeklieropbrengst ieder kwartaal geëvalueerd.

Relatie met kwaliteit van zorg
De verbeterprojecten welke hebben geleid tot toegenomen samenwerking tussen chirurgische en pathologische teams zullen bijgedragen hebben aan de kwaliteit van zorg.  Daarnaast is de chirurgische techniek in de afgelopen jaren veranderd. Slokdarmresecties vinden in toenemende mate transthoracaal plaats, met als gevolg een grotere mediastinale klieropbrengst.

Complicaties

Standaardisatie van complicatieregistratie
Door de Esophageal Complications Concensus Group (ECCG) is een gestandaardiseerde set uitkomsten na slokdarmresecties beschreven.2 Hierin zijn complicaties en andere uitkomsten zoals re-interventie en postoperatieve mortaliteit uniform gedefinieerd. Registratie van uitkomsten volgens deze gestandaardiseerde manier maakt internationale vergelijking van de uitkomsten mogelijk.

Complicatieregistratie in de DUCA
In 2016 is het onderdeel “Postoperatieve complicaties” van de DUCA aangepast zodat de complicaties worden geregistreerd volgens de definities van deze internationale, gestandaardiseerde set. Ook is vanaf dat moment de ernst van elke complicatie geregistreerd volgens de Clavien-Dindo classificatie:

  • Graad I/II: Complicatie waarvoor geen (I) of alleen een medicamenteuze (II) interventie heeft plaatsgevonden;
  • Graad III: Complicatie waarvoor een radiologische, chirurgische of endoscopische interventie heeft plaatsgevonden;
  • Graad IV: Levensbedreigende complicatie met IC-opname;
  • Graad V: Overlijden

Door de ernst van de complicaties te categoriseren is het mogelijk om op nationaal niveau te bepalen welke complicaties grote gevolgen hebben voor patiënten. Met deze informatie kan verder onderzoek plaatsvinden waarbij gestreefd wordt dergelijke complicaties zo veel mogelijk te voorkomen.

Complicaties bij slokdarm- en maagchirurgie in Nederland
Bij slokdarmresecties uitgevoerd in 2016 en 2017 had 65% van de patiënten een complicatie. Een complicatie Clavien-Dindo graad III of hoger kwam voor bij 30% van de patiënten. Bij maagresecties had 43% van de patiënten een complicatie, waarbij 21% van de patiënten een complicatie graad III of hoger had. De complicaties die na een slokdarmresectie het meest voorkwamen waren pneumonie (21%), naadlekkage (19%) en atriale dysritmie (14%). Bij maagresecties waren pneumonie (12%), naadlekkage (9%) en ileus/acuut delier (beide 5%) de meest voorkomende complicaties. De ernst van deze complicaties is weergegeven in figuur 3.

Kwaliteit van leven

Vanaf 2018 zullen naast de klinische uitkomsten ook patiënt-gerapporteerde uitkomsten (PROs) gemeten worden bij patiënten die een resectie ondergaan voor maag- en/of slokdarmkanker. Deze uitkomsten worden in de DUCA-registratie opgenomen met als doel inzicht te krijgen op de kwaliteit van leven bij verschillende behandelingen in de verschillende ziekenhuizen. Daarbij zouden zorgverleners inzicht kunnen krijgen in kwaliteit en verbeterpunten van de geleverde zorg door een vergelijking te maken met uitkomsten van andere ziekenhuizen.

POCOP-data
Sinds 2015 worden al ingevulde vragenlijsten voor het meten van PROs (PROMs) van patiënten met maag- en slokdarmkanker verzameld in het kader van wetenschappelijk onderzoek. Dit wordt gedaan in de Prospective Observational Cohort Study of Oesophageal-gastric cancer Patients (POCOP). De ingevulde vragenlijsten van de POCOP zullen worden gebruikt voor de DUCA-PROMs-registratie, waardoor er geen dubbele registratie  is.

Vragenlijsten en meetmomenten
In 2017 is er een DUCA patientfeedback taskforce opgericht, bestaande uit leden van de wetenschappelijke commissie van de DUCA, de PROMs projectleiders van DICA, leden van de Nederlandse Federatie van Kankerpatiënten (NFK), Stichting voor Patiënten met Kanker aan het Spijsverteringskanaal (SPKS) en initiatiefnemers van de POCOP. Deze taskforce is betrokken bij keuzes ten aanzien van het selecteren van geschikte vragenlijsten en meetmomenten, maar ook ten aanzien van een geschikte manier voor de aanlevering van PROs.

Koppeling klinische gegevens en PROMs
DICA zal een koppeling maken tussen de klinische gegevens geregistreerd in de DUCA en ingevulde PROMs bij patiënten met slokdarm- en/of maagkanker. Zo ontstaat een integraal beeld van de kwaliteit van zorg en kan bijvoorbeeld de kwaliteit van leven bij verschillende behandelingen worden onderzocht.

Basistabel DUCA Patiëntkarakteristieken, diagnostiek en klinische stadiëring

Basistabel DUCA Behandelkarakteristieken

Indicatorentabel DUCA Maagcarcinoom

Indicatorentabel DUCA Slokdarmcarcinoom