Skip to main content
Jaarrapportage 2016

DHBA

Download rapportage

Minimaal invasieve leverchirurgie

Minimaal invasieve (MI) leverchirurgie is in opkomst in Nederland. Er zijn nog geen publicaties van gerandomiseerd onderzoek waarin MI wordt vergeleken met open leverchirurgie.

Resultaten in Nederland

Intention-to-treat MI (ITT-MI) leverchirurgie betekent dat de operatie MI gestart is, ongeacht of er daarna toch een open operatie heeft plaatsgevonden. De DHBA laat zien dat het totale percentage ITT-MI is gestegen van 12% in 2014 naar 31% in 2016 bij patiënten met colorectale levermetastasen, levermetastasen van andere origine, benigne levertumoren en hepatocellulair carcinoom (HCC) (figuur 1). De mediane opnameduur na een major resectie was korter bij ITT-MI vergeleken met open resecties (6,5 versus 8 dagen). Ook na minor resecties was de opnameduur significant korter: 4 versus 7 dagen.

Het percentage gerapporteerde complicaties bij major resecties was 25% bij de ITT-MI operaties versus 47% bij de open operaties. Bij minor resecties was dit 16% versus 29%. Er was sprake van een gecompliceerd beloop, een complicatie met als gevolg een opnameduur van meer dan 14 dagen, een re-interventie of overlijden, bij 12% (ITT-MI) en 28% (open) van de major resecties en in 8% (ITT-MI) en 12% (open) bij de minor resecties.

Gerandomiseerd onderzoek

Minimaal invasieve leverchirurgie wordt steeds meer verricht in Nederland. Voor de patiënten die ITT-MI behandeld zijn, is de opnameduur korter en complicaties lijken lager te liggen. Gerandomiseerd onderzoek is nodig om te beantwoorden of MI chirurgie daadwerkelijk tot minder complicaties leidt, of dat dit komt door verschillen in selectie van patiënten.

Vena portae embolisatie

De postoperatieve mortaliteit en morbiditeit bij leverchirurgie wordt multifactorieel beïnvloed. Postoperatief leverfalen lijkt een hoofdrol te spelen bij de mortaliteit.1-3

Vena portae embolisatie (VPE) voorafgaand aan de operatie is een manier om leverfalen te voorkomen. Door de vena portae aftakking naar de aangedane zijde van de lever af te sluiten, wordt volumevergroting van de toekomstige restlever bereikt. Na VPE kan er gemiddeld een volumestijging van 38% bereikt worden.4

Toepassing vena porta embolisatie

In de DHBA zijn tussen 2014 en 2016 188 patiënten geregistreerd bij wie een VPE heeft plaatsgevonden. Het grootste deel van de patiënten heeft na een VPE een (extended) hemihepatectomie rechts ondergaan (figuur 2b).

In de totale groep patiënten die een extended hemihepatectomie rechts hebben ondergaan, heeft 47% van de patiënten voorafgaand een VPE gehad. Bij de groep patiënten die een hemihepatectomie rechts heeft ondergaan is dit bij 18% van de patiënten gedaan. Voor een hemihepatectomie links was dit 1,1%. Bij respectievelijk 8 (0,7%) en 13 (0,8%) patiënten is een VPE verricht voor een segmentresectie of wigresectie.

In verhouding ondergingen patiënten met een leverresectie vanwege een maligne tumor van de galwegen en/of galblaas het vaakst een VPE. In totaal waren dit 22 patiënten (15% van alle maligne galweg/galblaas tumoren). In de groep patiënten met een hepatocellulair carcinoom hebben 34 patiënten (8%) een VPE ondergaan en bij colorectale levermetastasen 95 patiënten (4%).

Behandeling synchrone levermetastasen

De behandeling van synchrone levermetastasen kan gedaan worden door resectie van de colorectale tumor en levermetastasen simultaan, of separaat. Hierbij kan de primaire tumor óf de levermetastasen eerst (liver-first approach) gereseceerd worden. Tot op heden is er nog geen bewezen voorkeur voor één van de drie typen behandelingssequenties.2,5 Wel is er overeenstemming dat de synchrone resectie alleen plaats dient te vinden bij patiënten met een beperkt aantal levermetastasen (minder grote kans op major leverresectie) en een beperkte uitbreiding van de primaire tumor. Dit ter voorkoming van cumulatie van postoperatieve morbiditeit en mortaliteit.

Synchrone levermetastasen in de DHBA

In 2014-2016 is 34% van de patiënten behandeld volgens de ‘liver-first approach’. Bij de overige patiënten werd een simultane resectie verricht (24%) of begonnen met een resectie van de primaire tumor (42%) (figuur 3). De mediane tijd tussen de ‘liver-first’ en primaire tumorresectie was 64 dagen (interkwartielafstand 42-111 dagen). Bij een primaire-tumor-eerst resectie was dit 106 dagen tot de leverresectie (interkwartielafstand: 56-187 dagen).

Simultane resecties

Indien gekozen werd voor een synchrone resectie ging het minder vaak om major leverresecties: 10% in vergelijking met 32% bij liver-first en 29% bij primaire-tumor-eerst procedures. Bij synchrone resectie was significant vaker sprake van een gecompliceerd beloop: 21% bij synchrone resectie versus 14% en 13% bij respectievelijk liver-first- en primaire-tumor-eerst procedures. Er is geen onderscheid te maken tussen algemene, colorectale en lever-chirurgische complicaties in de groep met een simultane resectie.