Skip to main content
Jaarrapportage 2016

DGOA

Download rapportage

Compleetheid chirurgische stadiëring bij vroeg-stadium ovariumcarcinoom

Volgens de Nederlandse evidence-based richtlijn ‘Ovariumcarcinoom’ zijn verplichte onderdelen voor een adequate stadiëring:

  • Uterusextirpatie met beide adnexa
  • Afname ascites dan wel spoelvocht voor cytologie
  • Uitgebreide inspectie en palpatie met biopten van macroscopisch verdachte plaatsen en plaatsen waarmee de ovariumtumor vergroeid is
  • Biopten van macroscopisch normaal peritoneum
  • Infracolische omentectomie
  • Lymfkliersampling van diverse klierregio's met een minimum van 10 lymfklieren

Stadiëringsoperaties

In 2016 registreerden 27 ziekenhuizen stadiëringsoperaties in de DGOA. Figuur 1 toont het aantal stadiëringsoperaties per ziekenhuis en de verhouding compleet/ incompleet. Bij slechts 37% van de uitgevoerde stadiëringsoperaties is deze compleet uitgevoerd. Dit is deels te verklaren doordat ook de zogenaamde borderline ovariumtumoren onterecht zijn opgenomen in de indicator. Hierbij is een dergelijk uitgebreide stadiëring, zeker voor wat betreft de lymfkliersampling, niet geïndiceerd. De indicator zal dan ook aangescherpt worden. Maar ook bij exclusie van deze categorie van tumoren blijft het percentage complete stadiëringen (te) laag (figuur 2, volgende pagina). Op de volgende pagina wordt verder ingegaan op de oorzaken van incomplete stadiëring.

PRISMA-methodiek

Het lage percentage complete stadiëring, benoemt op de vorige pagina, komt overeen met de richtlijnevaluatie ovariumcarcinoom (Integraal Kankercentrum Nederland, 2014). Op basis daarvan werd afgelopen jaar, een onderzoek naar de redenen hiervan verricht volgens de zogenoemde PRISMA-methodiek (Prevention and Recovery Information System for Monitoring and Analysis). Daarbij werden ruim 60 patiënten uit 5 ziekenhuizen geanalyseerd. Een belangrijke reden voor incompleet stadiëren was het door de operateur betwijfelen van het belang van bepaalde onderdelen van de stadiëringsoperatie wegens gebrek aan overtuigende bewijsvoering zoals de vele peritoneumbiopten en een bilaterale pelviene lymfklierdissectie bij unilaterale tumor.

Andere redenen waren patiëntgerelateerde factoren op basis waarvan een complete stadiëringsoperatie geen toegevoegde waarde heeft; wel uitgevoerde onderdelen van de stadiëring slecht of niet beschreven in het operatieverslag; bij histologisch onderzoek onvoldoende lymfklieren in het verwijderde vet-/lymfklierweefsel; en tot slot het simpelweg vergeten van bepaalde onderdelen.

Conclusie

De getoonde resultaten laten zien dat:

  • De definitie van een complete stadiëring opnieuw bediscussieerd moet worden binnen de Commissie Richtlijnen Gynaecologische Oncologie.
  • Geconstateerde kennishiaten onderzocht moeten gaan worden.
  • Bij ontbreken van consensus wegens kennishiaten, afwijkend regionaal beleid opgenomen moet worden in de richtlijn.
  • OK-verslaglegging volgens een vast format extra aandacht verdient.

Compleetheid chirurgische debulking bij ovariumcarcinoom

In 2016 zijn 1334 patiënten met een ovariumcarcinoom geregistreerd in de DGOA, waarvan 706 patiënten een debulking operatie ondergingen. Debulking operaties werden uitgevoerd in 29 verschillende klinieken, waarbij het aantal geregistreerde ingrepen uiteenliep van 1 tot 71 ingrepen. In 14 klinieken werden minder dan 20 debulking operaties uitgevoerd, waarbij het in 6 klinieken zelfs minder dan tien ingrepen betrof.

Ziekenhuisvariatie

Het percentage primaire debulking versus interval procedure is bekeken bij klinieken die meer dan 10 ingrepen hebben geregistreerd (n=23). Het percentage primaire debulking was gemiddeld 44% met een variatie tussen ziekenhuizen van 10-74%. De debulking operatie werd in gemiddeld 67% van de gevallen als compleet afgegeven (ziekenhuisvariatie 18-91%). Wanneer het resultaat optimale debulking daaraan toegevoegd wordt, blijkt dat alle klinieken hoger scoren dan 73% (ziekenhuisvariatie: 73-100%).

SONCOS-norm

Op basis van de geregistreerde gegevens hebben in 2016 15 klinieken voldaan aan de SONCOS-norm van minimaal 20 debulking ingrepen per jaar. Een verklaring kan zijn dat sommige ziekenhuizen weliswaar de debulkingprocedures gecentraliseerd hebben, maar (i.t.t. de gemaakte afspraak) de DGOA-invoer nog altijd koppelen aan het eigen ziekenhuis. Hierdoor ontbreekt tot op heden een goed inzicht wat de werkelijke aantallen zijn m.b.t. debulking chirurgie.

Conclusie

In gemiddeld 90% van de gevallen wordt minimaal een optimale debulking geregistreerd. Er bestaat een grote variatie in de keuze voor een primaire dan wel een interval strategie en ook ten aanzien van het uitvoeren van darmchirurgie is de variatie in het land groot. Nadere en nauwkeurigere registratie zal in de toekomst meer informatie over deze variatie geven.

Implementatie patientfeedback

Het doel van patientfeedback is om inzicht te verkrijgen in patiënt gerapporteerde uitkomsten bij verschillende behandelingen of ziektefasen en de ervaren kwaliteit van de geleverde zorg. Tevens biedt de toevoeging van patientfeedback-gegevens de mogelijkheid aan afdelingen, instellingen en ziekenhuizen om de effecten van de zorg op de kwaliteit van leven van patiënten met elkaar te vergelijken, te bespreken en te verbeteren. De resultaten hiervan staan weergegeven in de webbased MijnDICA-rapportages.

Patient Reported Outcome Measures (PROMs)

Het verbeteren van de ervaringen van patiënten tijdens en na de behandeling van gynaecologische tumoren wordt als essentieel ervaren voor het leveren van kwalitatief goede zorg. Het meten van zogenoemde patientfeedback gebeurt met Patient Reported Outcome Measures (PROMs) en Patient Reported Experience Measures (PREMs). In september 2015 zijn ziekenhuizen gestart met het meten van patientfeedback voor de DGOA.

DGOA Patientfeedback-werkgroep

De DGOA patientfeedback-werkgroep is opgericht om een goede wetenschappelijk onderbouwde keuze te maken voor de juiste vragenlijsten en op welke meetmomenten deze afgenomen dienen te worden. In deze werkgroep zijn de wetenschappelijke commissie en de patiëntenverenigingen vertegenwoordigd.

Pilot

Om ziekenhuizen te helpen bij de implementatie van patientfeedback is begin 2016 een pilot gestart in twee ziekenhuizen. Doel van deze pilot was het in kaart brengen van de belemmerende en bevorderende factoren van de implementatie van patientfeedback voor kwaliteitsverbetering in ziekenhuizen middels interviews. In figuur 4 worden de resultaten van de evaluatie van deze pilot opgesomd.