Skip to main content
Jaarrapportage 2016

DACI

Download rapportage

Indicatiestelling, diagnostiek en behandeling carotisstenose

Sinds de oprichting van de DACI in juni 2013 zijn er 8.263 patiënten geregistreerd die een carotisinterventie hebben ondergaan.

Verbeterde indicatiestelling

In 2016 werden er 2.297 patiënten geregistreerd die een carotisinterventie ondergingen. De indicatie tot operatie was bij het merendeel vanwege symptomen passend bij het loskomen van een stolsel vanuit de vernauwde carotis. In 73% van de patiënten resulteerde dit in (tijdelijke) afsluiting van het bloedvat naar de hersenen en bij 16% in (tijdelijke) afsluiting van het bloedvat naar het oog. Ten opzichte van afgelopen jaren werd er wederom een afname gezien bij opereren van patiënten die geen klachten of symptomen hadden (gehad) van 4,4% in 2015 naar 2,8% in 2016. Hiermee wordt er steeds meer voldaan aan de nationale richtlijn.

Diagnostiek

Om de carotiden in beeld te brengen vóór de operatie werd bij 1.198 patiënten (60%) gebruik gemaakt van een duplex in combinatie met een CT-angiografie, gevolgd door alléén een duplex (18%) en combinatie van duplex en MR-angiografie (13%). Bij 75 patiënten werd er zowel een duplex, CT-angiografie als MR-angiografie gemaakt (4,3%). Andere combinaties van beeldvorming, zoals met een digitale subtractie angiografie (DSA), werden in minder dan 1% verricht.

Behandelingspatronen

Vervolgens onderging de meerderheid van de patiënten een endarteriectomie (CEA) met patchplastiek (76%), gevolgd door eversie endarteriectomie (11%) en CEA zonder patch (10%). In 2,7% van de carotis interventies werd er gebruik gemaakt van een stent. Dit behandelingspatroon is overeenkomend met afgelopen jaren. Desondanks is het percentage CEA zonder patch opvallend hoog, aangezien het gebruik van een patch de voorkeur heeft.

Sneller opereren voor minder hersenschade

Bij symptomatische patiënten met een carotisstenose is het risico op herhaling van neurologisch uitval, in de vorm van een TIA dan wel herseninfarct, het hoogst binnen twee weken na het primaire event.1 Daarom is in de DACI de kwaliteitsindicator voor doorlooptijden, de tijd tussen het eerste consult in tweede lijn en operatie, opgenomen. Deze indicator is in 2016 aangescherpt van drie naar twee weken. In de DACI werd afgelopen jaar 79% van de patiënten binnen de twee weken tijdslimiet behandeld. Dit is een stijging ten opzichte van eerdere jaren; in 2013 was dit nog 69%. 

Uitkomsten na carotischirurgie

In 2016 ondervonden 62 (2,7%) van de patiënten na een carotisoperatie een neurologisch event tijdens opname. Achtendertig patiënten ondervonden een minor stroke, gedefinieerd als licht (toegenomen) functieverlies. De overige 24 patiënten hadden een major stroke, omschreven als sterk (toegenomen) functieverlies en/of overlijden. In 2016 was het percentage patiënten met een ‘any stroke dan wel overlijden’ 3,3%. Daarnaast werd er ook een lichte toename gezien van sterfte binnen 30 dagen na carotisinterventie van 0,9% in 2015 naar 1,2% in 2016.

Van de groep asymptomatische patiënten kregen twee patiënten postoperatief een minor stroke (3.1%); dit is relatief meer dan in de symptomatische groep. Er was geen sterfte in deze groep.

Complicaties

Bij 105 (4,6%) van de patiënten was er sprake van een nabloeding. Letsel van een hersenzenuw kwam voor in 2,9% van de patiënten; andere chirurgische complicaties kwamen in 1,9% van de gevallen voor. Bij 161 patiënten (7,0%) was er sprake van een algemene complicatie.

Verbetering

Hoewel carotischirurgie in Nederland relatief veilig en tijdig wordt uitgevoerd, is er nog altijd ruimte voor verbetering. 

Definiëren van ‘Textbook Outcome’

Afzonderlijke indicatoren, gebruikt voor het meten van de kwaliteit van zorg, kunnen een beperkt beeld geven van de zorg doordat hiermee niet het gehele zorgproces in kaart wordt gebracht. ‘Textbook Outcome’ is een samengestelde maat van wenselijke uitkomsten waarnaar gestreefd wordt binnen het zorgproces. Wanneer één van de uitkomsten niet behaald wordt, voldoet de zorg van de patiënt niet aan het ‘Textbook Outcome’-criterium. Hierdoor wordt per ziekenhuis inzichtelijk gemaakt bij hoeveel procent van de patiënten wordt voldaan aan de optimale uitkomsten van de operatie. Zo kan er worden achterhaald hoe het ziekenhuis individueel presteert en is het mogelijk variatie tussen ziekenhuizen waar te nemen.

Optimale uitkomst

Volgens de definitie van de DACI is er sprake van ‘Textbook Outcome’ als bij symptomatische patiënten die carotisendarteriectomie ondergaan, aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Geen intra- of postoperatieve complicaties
    Uitgesplitst voor:
    - neurologische uitval
    - hersenzenuwletsel
    - nabloeding
    - overige complicaties (algemeen/chirurgisch)
  • Geen re-interventie
  • Geen sterfte binnen 30 dagen na de operatie

Resultaten

Het percentage ‘Textbook Outcome’ bij patiënten die een carotis interventie ondergingen in 2016 was 84%. Algemene complicaties, re-interventie door nabloedingen en andere interventies zijn de meest voorkomende redenen dat het ‘Textbook Outcome’ criterium niet wordt behaald. Echter, in de registratie ontbreken nog enkele relevante uitkomsten, zoals ‘heropnames’, om tot een volledige ‘Textbook Outcome’-maat te komen. Voor registratiejaar 2018 wordt er onderzocht of deze kan worden toegevoegd aan de DACI-registratie.

Verbeterpunten

Met een samengesteld maat als ‘Textbook Outcome’ krijgen vaatchirurgen integraal zicht op de verbeterpunten in de operatieve uitkomsten van hun patiënten.